Grote verschillen tussen scholen

De situatie per school wisselt overigens sterk. Er zijn bijvoorbeeld scholen die onder druk van de ouders niet melden. Wanneer scholen dan toch de leerplichtambtenaar informeren, komt het voor dat de kinderen van school worden gehaald. Soms komt het voor dat scholen elkaar aanspreken. Bijvoorbeeld wanneer één kind uit een gezin wel problemen krijgt met de leerplichtambtenaar en een ander kind uit hetzelfde gezin dat op een andere school zit niet. Hieruit blijkt dat er grote verschillen zijn tussen scholen. Wellicht biedt dit aanknopingspunten voor beleid. Directeuren zou bijvoorbeeld gewezen kunnen worden op hun voorbeeldfunctie. Waarom zouden jongeren de regels naleven, wanneer de directeur dat ook niet doet.

Het is overigens lastig om aan te tonen dat scholen stelselmatig niet melden aan de leerplichtambtenaar. De detectiekans en daarmee de pakkans zijn als laag te kwalificeren. Wanneer dan toch vermoedens ontstaan, blijkt het zeer lastig om de zaak rond te krijgen. Opbouw van een harde casus duurt zeker vier jaar. Dan nog is succes niet gegarandeerd. De wethouder durft dan bijvoorbeeld niet door te pakken of het Openbaar Ministerie seponeert de zaak. Voor een effectieve handhaving is politiek draagvlak en doorzettingsmacht van belang. Mogelijk draagt ook een goede voorlichting richting ouders, leerlingen en scholen bij aan het oplossen van het probleem. Verder verdient het aanbeveling om de leerplichtambtenaar ‘op afstand’ van de scholen te houden. Naarmate de relaties hechter worden, wordt een stringente aanpak lastiger.